VROEGTIJDIGE BEHANDELING


Conservatieve therapie

Het is van essentieel belang het carpaal tunnel syndroom in het beginstadium te behandelen, voordat de schade groter wordt. De patiënt dient zo mogelijk die activiteiten op het werk of thuis te vermijden die het syndroom kunnen verergeren.

De aangetaste hand en pols dienen minstens twee weken rust te hebben; hierdoor kan het gezwollen en ontstoken weefsel slinken en wordt de druk op de mediaanzenuw verminderd. IJs kan verlichting bieden. Sommige patiënten hebben gemeld dat het wisselend onderdompelen in koud en warm water heilzaam is. Als warmte de pijn vermindert, dan wordt het probleem hoogstwaarschijnlijk niet veroorzaakt door CTS maar door een andere aandoening die gepaard gaat met dezelfde symptomen.











Sommige mensen  dragen 's nachts of bij het sporten een polsspalk of brace van hard plastic om buigen te voorkomen. De spalk wordt verscheidene weken of maanden gebruikt, afhankelijk van de ernst van het probleem. Behalve in anecdotische verslagen bestaat er geen bewijs dat een hardplastic ondersteuning ook daadwerkelijk helpt. Sommige deskundigen geloven dat het inactiveren van de pols het probleem in feite kan verergeren, omdat de bloedsomloop wordt beperkt en omdat de schouderspieren stijf worden als gevolg van minder bewegingsvrijheid.

Fysiotherapie

Als de symptomen afnemen kan de patiënt verder gaan met het onder toezicht van een fysiotherapeut of bezigheidstherapeut volgen van een oefenprogramma voor het versterken van de hand en de pols. Een onderzoek toont aan dat de meeste mensen met CTS een verbetering constateerden na twee maanden fysiotherapie met oefeningen ter verbetering van de balans en houding.  

Lasertherapie

Een recent onderzoek toont aan dat werknemers uit de automobielindustrie met CTS die werden behandeld met een methode die bekend staat als de koude lasermethode een grotere verbetering ondervonden qua grijpvermogen en polsbewegingsruimte dan zij die met fysiotherapie bezig waren. Bij deze methode wordt een laserstraal met een lage dosering gebruikt die de huid binnendringt maar niet beschadigt en de celactiviteit in de aangetaste gebieden stimuleert.

Ultrageluidsgolven

Behandeling met ultrageluidsgolven is een veilige methode waarbij de pols met ultrageluidsgolven wordt bestookt. In een onderzoek verminderden de ultrageluidsgolven de symptomen en boden minstens zes maanden verlichting.

Behandeling met medicijnen

Niet-steroïde ontstekingsremmers die zonder recept verkrijgbaar zijn, zoals aspirine of ibuprofeen kunnen zwelling en pijn verminderen.  Als deze pijnstillers geen effect hebben, kan de huisarts een verdovingsmiddel of cortisone injecteren in de carpaal tunnel om het gezwollen weefsel te laten slinken en de druk op de zenuw te verminderen. Om uitputting van de spier te vermijden mogen niet meer dan 3 injecties worden gegeven. Men dient er nota van te nemen dat de pijn gedurende een of twee dagen na de injectie kan toenemen en dat de kleur van de huid  kan veranderen.

Diuretica (plastabletten) welke vloeistof in het lichaam verminderen, kunnen ook worden gebruikt. In een onderzoek bleek dat een korte kuur  met lage doseringen prednison meer effect had dan  de niet-steroïde ontstekingsremmers of de diuretica. In feite waren noch de niet-steroïde ontstekingsremmers, noch de diuretica effectiever dan een placebo (een "schijn"pilletje). Prednison kan echter bij langdurig gebruik ernstige bijwerking hebben en het onderzoek bleef beperkt tot een maand, waardoor de risico's op lange termijn en het nut van deze behandeling voor CTS onbekend zijn.

Het medicijn naftidrofuryl (Praxilene) bevordert verwijding van de bloedvaten, zorgt voor een toename van het zuurstoftransport en blijkt het vermogen te hebben de zenuwen te laten herstellen. In Europa werd na operaties Praxilene gebruikt om de handpalm te behandelen die geatrofieërd werd als gevolg van het carpaal tunnel syndroom. Alle patiënten die in het onderzoek waren behandeld lieten een geheel of gedeeltelijk herstel zien.  Hoge doses van dit medicijn kunnen nierproblemen tot gevolg hebben. Er is meer onderzoekswerk nodig voor deze interessante behandeling.

Chirurgische behandelingsmethode

Dit rapport behandelt vier verschillende operatieprocedures voor het carpaal tunnel syndroom:
de open-chirurgische methode; de mini-open chirurgische methode; de endoscopie; en de onderhuidse carpaal tunnel plastiek. De beslissing of en wanneer operatief ingrijpen nodig is om CTS te corrigeren is heel belastend voor patiënten. In een langdurig onderzoek hebben de meeste patiënten de CTS-symptomen gedurende een gemiddelde tijdspanne van slechts zes tot negen maanden ervaren en slechts 22% van de betrokkenen had gedurende acht of meer jaren symptomen. Er bestaat geen test waarmee vastgesteld kan worden of de symptomen bij de meeste mensen zullen verdwijnen of erger zullen worden.

Kandidaten voor een operatie

Een aantal deskundigen meent dat chirurgische methoden  te vaak worden gebruikt en dat patiënten met CTS vaker en zo fanatiek mogelijk de conservatieve behandeling en fysiotherapie zouden moeten gebruiken, voordat ze hun keuze laten vallen op deze ingrijpende optie. Andere deskundigen menen evenwel dat de aandoening progressief is en zonder operatief ingrijpen mettertijd zal verslechteren en dat in het algemeen operatief ingrijpen goede resultaten oplevert. Indien men te lang wacht, kan ook het nut van operatief ingrijpen aanzienlijk worden verminderd; een onderzoek toonde aan dat operatief ingrijpen het meeste succes had binnen drie jaar na de diagnose van de kwaal.

Electrodiagnostische tests voor zenuwgeleiding kunnen nuttig zijn bij het bepalen wie het meest baat zou hebben bij een operatie. Patiënten met een opvallend langzame zenuwgeleiding en andere abnormale testresultaten lieten de grootste verbetering zien na een operatie. Een onderzoek toonde aan dat de patiënten die het meeste tevreden waren over de operatie, diegenen waren die voor de operatie minder last hadden van spierslapte en bij wie de symptomen 's nachts het ergst waren.

Patiënten met CTS met een zenuwbeschadiging als gevolg van een medische toestand zoals diabetes, gewrichtsreumatiek of hypo-schildvormig kraakbeen (???) blijken dezelfde resultaten te hebben als patiënten die daar niet aan lijden en dus zouden dergelijke kwalen hen niet dienen uit te sluiten van een operatieve ingreep.

Indien de symptomen gedurende vier tot zes maanden aanwezig blijven en indien de spieren geatrofieërd raken zal men over het algemeen de patiënt een operatie aanraden. De behandeling zorgt niet voor genezing bij alle patiënten en omdat de carpaalband definitief wordt losgemaakt, zal dit enig verlies aan kracht in de pols tot gevolg hebben.

De open-chirurgische methode

Van oudsher houdt chirurgie voor CTS  een open-chirurgische behandeling in die wordt uitgevoerd in een polikliniek. Een plaatselijke verdoving wordt in de pols en de hand of hoger in de arm geïnjecteerd. De chirurg maakt een incisie van 5 cm  in de handpalm en snijdt de carpaalband los van de daaronder liggende mediaanzenuw.

De carpaalband wordt letterlijk losgemaakt en daarmee wordt de druk op de mediaanzenuw opgeheven. Carpaal tunnel chirurgie is de meest gebruikte methode van handchirurgie, met meer dan 100.000 behandelingen per jaar. Het risico op complicaties is minder dan één procent bij deze behandeling. Hoewel andere technieken worden ontwikkeld, is deze behandeling de meest effectieve.

De mini-open chirurgische methode

Bij een recentere variatie die bekend staat als een mini-open chirurgische techniek wordt een incisie gebruikt die slechts 3,5 cm groot is en die kan worden uitgevoerd in de spreekkamer van de dokter met slechts een locale verdoving. De operatie duurt slechts ca. 12 minuten.

De resultaten van een beperkt onderzoek toonden aan dat er geen sprake was van infecties, geen schade aan de mediaanzenuw en geen verlies van de beweeglijkheid van de vingers of terugkeer van CTS na een jaar. De mini-open methode is op dit moment duurder dan de standaard open methode, maar minder duur dan de andere, minder bedreigende behandeling - endoscopie.

Endoscopie

Endoscopie voor het carpaal tunnel syndroom is een minder bedreigende behandeling dan de standaard open chirurgische ingreep. Er worden één of twee incisies van ca. 1 cm gemaakt in de pols en handpalm en een of twee endoscopen  - buisjes zo dun als een penceel  - worden ingebracht. Een minuscule camera en een mesje worden ingebracht door de verlichte buisjes.

Terwijl de onderkant van de carpaalband op een monitor in de gaten wordt gehouden, snijdt de chirurg de carpaalband los om zodoende de beknelde mediaanzenuw te bevrijden. Patiënten houden hier geen litteken aan over en kunnen vaak weer half zo snel aan het werk als bij een standaard open chirurgische ingreep. Een onderzoek constateerde bij 98% van de patiënten dat gevoelloosheid en slapte waren verdwenen en dat bij 90% van de patiënten de pijn was verminderd. Slechts 12% van de patiënten had na de operatie meer dan 2 doses pijnstillers nodig. Bijna 85% van de patiënten die niet met ziekteverlof waren, hervatte binnen een maand het werk. Een onderzoek uit 1998 meldde dat het aantal geslaagde ingrepen ca. 96% was, het aantal ingrepen met complicaties 2,7% en het aantal mislukte ingrepen 2,6% betrof.

Aangezien chirurgen met deze methode meer ervaring opdoen,  toont onderzoek nu een vergelijkbaar aantal geslaagde en mislukte ingrepen aan ten opzichte van de standaard open chirurgische ingreep. In sommige onderzoeken hadden patiënten na endoscopie een  beter grijpvermogen dan na een standaard chirurgische ingreep en patiënten meldden in veel onderzoeken minder pijn en hervatten zij hun dagelijkse activiteiten sneller dan de patiënten die een open chrirurgische behandeling hadden gehad.

Complicaties, inclusief tinteling of verlies van gevoel in de vingers, nemen toe bij chirurgen met minder ervaring. Gewoonlijk zijn zulke complicaties van tijdelijke aard. Patiënten zouden niet moeten aarzelen om hun chirurg te vragen naar het aantal uitgevoerde endoscopische behandelingen. Sommige deskundigen menen dat er een hogere kans op terugkeer van CTS bestaat bij endoscopie, omdat het zicht op de hand tijdens deze behandeling beperkt is en chirurgen complicerende factoren die behandeling vereisen wellicht niet zien. Bij de open chirurgische ingreep heeft de chirurg een compleet beeld van de structuren in de hand. Er is langlopend onderzoek nodig om dit vast te stellen.

Na de operatie

Bij sommige patiënten verdwijnen door de operatieve behandeling onmiddellijk de CTS-symptomen, zoals gevoelloosheid en tinteling. In een onderzoek trad binnen zes weken verbetering van het grijp- en knijpvermogen ten opzichte van de situatie vóór de operatie.  Compleet herstel kan lang duren  - een onderzoek geeft een gemiddelde van bijna 10 maanden. Complicaties die optreden na de operatie kunnen zenuwbeschadiging, infectie, littekenvorming, pijn en stijfheid betreffen.

De plek van de incisie kan maandenlang pijnlijk blijven en sommige patiënten ervaren jarenlang wat littekenpijn na een operatieve behandeling. Mensen die de operatie aan beide handen hebben gehad zijn gedurende ca. twee weken geheel arbeidsongeschikt en hebben thuis hulp nodig.

Het hervatten van inspannend werk onmiddellijk na de operatie kan er toe leiden dat de symptomen terugkeren en patiënten blijven doorgaans minstens een maand en vaak langer buiten het arbeidsproces, afhankelijk van het soort operatie en de ernst van de kwaal. Om de kracht in de pols wederom op te bouwen, is fysiotherapie heel belangrijk. Handoefeningen kunnen er toe bijdragen dat de bloedsomloop, spierkracht en gewrichtsflexibiliteit in de hand en de pols herstellen.

Effecten op de lange termijn

Hoewel de carpaal tunnel chirurgie een van de meest voorkomende behandelingen in de V.S. is, is er slechts weinig onderzoek gedaan om de effecten op de lange termijn voor patiënten na hervatting van het werk vast te stellen. In een zo'n onderzoek ervoer 30% van de patiënten vijf jaar na de operatie een matige tot redelijke kracht en enige littekenpijn en bij 57% kwamen enkele symptomen terug, met name pijn. Sommige mensen zullen altijd een doof gevoel in de vingertoppen overhouden. Ondanks deze negatieve bevindingen meldde 87% van de patiënten in het onderzoeksrapport dat hun resultaat over het algemeen goed tot uitstekend was.

Een ander onderzoek dat18 maanden duurde, meldde dat meer dan 70% van de patiënten die een open chirurgische ingreep hadden gehad,  een verbetering ervoer bij minstens één van de drie symptomen (pijn, gevoelloosheid en tinteling) en slechts ca. 50% ervoer een vermindering bij alle drie de symptomen. Meer dan 90% had een normaal grijp- en knijpvermogen.

Patiënten op leeftijd, mensen met ernstige preoperatieve symptomen en mensen die zwaar lichamelijk werk uitvoeren, met name zij die werken met trillende handapparatuur, blijken een slechter resultaat te scoren dan anderen. Een vijf jaar durend onderzoek ontdekte dat mensen die zwaar lichamelijk werk hadden uitgeoefend langer buiten het arbeidsproces bleven en een minder snel herstel te zien gaven, maar na vijf jaar waren de resultaten niet anders dan bij andere beroepsgroepen.

In sommige onderzoeken had echter slechts iets meer dan 50% van de mensen die trillende handapparatuur gebruikten drie jaar na de operatie geen last meer van de symptomen. Omdat 10% tot 33% van de patiënten enig verlies aan kracht in de pols ervaren na zowel endoscopie als open chirurgie, kunnen patiënten die een baan hebben waarbij grote hoeveelheden kracht van de hand en de pols nodig zijn, na de operatie hiertoe niet meer in staat zijn. Zulke mensen kunnen ook in andere delen van het bovenlichaam problemen hebben, zoals in ellebogen en schouders, die niet verholpen worden met een operatie en kunnen voortduren. Onderzoek toont aan dat 10% tot 15% van de patiënten na de operatie van baan verandert.

Onderhuidse carpaal tunnel plastiek

De onderhuidse carpaal tunnel plastiek is een techniek die CTS verlicht zonder de carpaalband los te snijden. Door middel van een incisie van een halve centimeter in de voet van de handpalm brengt de arts een ballon door een catheter naar binnen onder de carpaalband en vult de ballon met een zoutoplossing om de carpaalband uit te rekken en de zenuw te bevrijden. In een klein onderzoek meldden alle patiënten het verdwijnen van de symptomen zonder complicaties na de operatie. De meeste patiënten keerden binnen twee weken terug naar hun werk. Deze experimentele techniek is nog niet overal beschikbaar.

Vitaminen

In sommige onderzoeken  -  maar niet alle  -  zijn gebrek aan vitamine B6 (pyridoxine) in verband gebracht met CTS. Een recent onderzoek ondersteunde dit verband en meldde bovendien dat hoge concentraties van vitamine B6 in verband werden gebracht met minder CTS symptomen. Hetzelfde onderzoek meldt ook dat hoge concentraties van vitamine C  in relatie tot lage concentraties vitamine B6 in verband werden gebracht met een grotere invloed op en een hogere frequentie van de symptomen. Men dient er nota van te nemen dat hoge doses vitaminen B6 giftig kunnen zijn en beschadiging van de zenuwen tot gevolg kunnen hebben.  

Alternatieve behandelingen

Veel alternatieve behandelingen worden aangeboden aan patiënten met het carpaal tunnel syndroom en andere RSI-aandoeningen. De meeste zijn onschadelijk, maar het nut ervan is niet aangetoond. Acupunctuur heeft sommige mensen geholpen bij het wegnemen van de pijn. Behandeling d.m.v. chiropraktijk is nuttig gebleken voor mensen waarbij de kwaal wordt veroorzaakt door beknelde zenuwen. Sommige mensen hebben gemeld baat te hebben gehad bij het gebruik van kruidenolie, zoals Arnica.

Men dient zeer voorzichtig te zijn met het gebruik van niet-traditionele methoden en
dient overleg te plegen met de behandelend arts alvorens daarmee te beginnen.
Manu  
Handbrace voor Carpaal Tunnel Syndroom (CTS) en handgerelateerde Repetitive Strain Injury (RSI)
®
Hoe wordt het Carpaal Tunnel Syndroom behandeld?
De laatste zienswijze m.b.t. de beste behandeling van het carpaal tunnel syndroom, zowel op de conservatieve manier als met medicijnen en chirurgie.
Zeer recent onderzoek toont aan dat het 's nachts dragen van een zachte of flexibele brace, zoals de MANU handbrace,  veel effect sorteert bij het verminderen of kwijtraken van de CTS-symptomen. Het zelfde onderzoek laat ook een sneller herstel, doorgaans tussen de 1 tot 4 weken,  van de handfunctie van de patiënt zien. De basis voor de werkzaamheid van de MANU wordt ontleend aan de waarneming dat een matig grijpvermogen van de middenhandsbeentjes naar de pink en wijsvinger en het gelijktijdig strekken van de midden- en ringvinger gedeeltelijke verlamming en pijn in het Carpaal Tunnel Syndroom opheffen.